|
|
Ethiek
Onze visie op het goede is gebonden aan het begrijpen van onszelf. Door onze innerlijke waarneming staan wij in relatie tot hetgeen wij
als het goede ervaren, door “articulating” met mijn innerlijke stem, zegt Taylor. Daarmee kan een subject zich oriënteren in de morele ruimte.
Van ethiek is volgens Lacan sprake als het subject gehoor geeft aan een innerlijk “moeten”. Ethiek begint bij het onderworpen zijn aan intrinsieke waarden, een wet, een verbod, een begrenzing,
die de rede niet kan funderen. Wij stemmen ons af op de waarden van de ander.
Elk subject heeft daarin zijn eigen grenzen.
Er is onderscheid in het “moeten”, wat een keuzemogelijkheid in zich draagt. De één kiest dit, de ander kiest dat.
Hier ligt een relatie tussen ethiek en de ontwikkeling van de eigen identiteit en het authentiek zijn.
Er zijn mensen die bij een bezoek aan Afrika een intrinsieke dwang ontwikkelen om iets aan de armoede in dit continent te doen;
anderen richten een vereniging op om ervaringen uit te wisselen over de ziekte van hun kind. In beide gevallen geven zij gehoor aan het
zelfde innerlijk “moeten” van waaruit zij door die ander verantwoordelijkheid ervaren.
De grens betekent een afstand respecteren ten aanzien van de ander (separatie) en kan niet een grenzeloos volgen van de ander inhouden (aliënatie).
Ethiek staat in een balans in tussen aliënatie en separatie.
Bij onvoldoende afstand worden wij bemeesterd door de problematiek van de ander, meegezogen in het kielzog van de ander (bijvoorbeeld de ziekte van een kind);
bij teveel afstand houden wij onvoldoende rekening met de ander en ontstaat onverschilligheid.
Verantwoordelijkheid nemen betekent “maat weten te houden”.
Ethiek ontstaat uit het doorwrochte handelen vanuit de innerlijke bron van intrinsieke waarden, waarbij de balans gevonden moet worden tussen
de persoonlijke waarden en de waarden van de ander, de waarden van de gemeenschap. In die balans moet het individu binnen de context waarin
hij zich bevindt in staat zijn om zijn verantwoordelijkheid te nemen, zowel voor de ander als voor zichzelf.
Het is een balans een tolerante balans waarin het
individu “maat weet te houden” en toch op eigen kompas vaart.
|