|
|
Verlangen
Verlangen heeft een relatie met angst en tekort.
Het tekort is hoe dan ook en waar dan ook altijd en bij iedereen aanwezig. Vanuit het tekort ontstaat bij de
leerling/student angst. Op grond van veiligheid en structuur kan de angst van de leerling/student worden begrensd
tot een “gereguleerde” angst. Bij een gereguleerde angst en een toekomstperspectief kan de leerling/student
het tekort omzetten in verlangen.
Vanuit het gezonde verlangen komt de wens naar voren om het tekort aan te vullen. Dit gezonde verlangen is
de motiverende basis voor de leerling/student om succesvol te opereren binnen het onderwijs.
Het doorzien van een toekomstperspectief is voor een leerling/student in feite het doorzien van het tekort,
te weten wat nog te doen staat om het doel te bereiken.
Door de voortdurende afwisseling tussen tekort en verlangen, ontstaat een situatie dat de leerling/student aan
de slag gaat in de richting van zijn toekomstperspectief waarnaar hij verlangt.
Vanuit het verlangen ontstaat de eigen vervulling, nieuw gedrag en
de volgende stap in de ontwikkeling naar authenticiteit.
Verlangen kan een narcistische vorm ontwikkelen van egoïsme. Als het verlangen om iets te bereiken
schaamteloos wordt, dan overheerst het verlangen de wil en wordt de mens
meegesleept in fanatisme.
Bij absolute waardenvrijheid geldt het motto: “ieder voor zich”. Deze aanpak geldt wel voor het goede van overheersende
individuen, maar gaat aan de waarden van de samenleving voorbij.
In een hogere vorm staat verlangen altijd in een relatie van intern tot extern, de eigen betekenisverlening in
relatie tot de betekenisverlening van de ander. Elk subject heeft daarin
zijn eigen grenzen.
|